Zoeken in deze blog

vrijdag 11 oktober 2024

'T GRUWELKAMP BREENDONK 1946 90 BLZ.


Ter inleiding

De beulen van Breendonk staan thans voor hun rechters. Meer dan 200 getuigen, oud-gevangenen, uit alle hoeken van het land, uit alle klassen van de samenleving, trekken dagelijks voorbij het krijgsgerecht in de grote raadzaal van het stadhuis te Mechelen en ontsluieren, kort en zakelijk, de onmenschelijkste praktijken, het beestachigste sadisme, de afzichtelijkste misdaden die ons de vreselijkste taferelen uit den tijd der Inquisitie terug voor de geest roepen. Wij hebben onze politieke gevangenen uit de Duitse concentratiekampen weten terugkeren in de lente en de zomer van 1945. Wij hebben hun ondermijnde lichamen, hun door het leed geboetseerde gelaatstrekken gezien ; wij hebben de Amerikaansche filmopnamen van deze grote moordholen gezien, en wij hebben ons vol afgrijzen afgewend... Duizenden onzer landgenooten, duizenden onzer beste zonen zullen wij nooit meer terugzien.... Buchenwald, Dachau, BergenBelsen, Dora, Esterwegen, Ellrich, Neuengamme. Oranienburg-Sachsenhausen, Ravensbrück, Mauthausen, Auchwitz, Lublin, Maidenek. enz... enz..., waar millioenen mannen, vrouwen en kinderen vermoord werden aan de lopenden band, hebben de wereld getoond wat het nationaal-socialisme, wat  het fascisme betekende.

Breendonk kon zich niet in uitgestrektheid meten met deze ontzaggelijke moordkuilen, Breendonk had geen gaskamers, geen verbrandingsovens.... Maar Breendonk was er niet minder berucht, niet minder een zwarte hel van de meest barbaarsche terreur, niet minder een uitroeingskamp in  't klein om.

Breendonk, een gedeklasseerd fort van de Antwerpse vestinggordel, werd als concentratiekamp door de Duitsers ingericht in september 1940. Het diende aanvankelijk slechts om de overtollige gevangenen van Sint-Gilles en Antwerpen te herbergen, onder de hoede van de Wehrmacht. Einde 1940 nochtans nam de S. S. bezit van het fort, en meteen veranderde het van uitzicht. Van gewone gevangenis werd Breendonk gepromoveerd of gedegradeerd liever, tot concentratiekamp. En het schrikbewind begon. De bevelhebber, S.S. Majoor SCHMIDT, bijgestaan door zijn ondergeschikte en factotum S.S. leutnant PRAUSS voerden onmiddelijk den stelregel door die als het ware de basis, de leiddraad vormde waarmee zij hun gruwelsysteem opbouwen. "Houdt ze klein door de Honger" was hun leuze. Zo werd Breendonk dan het hongerkamp in de ware zin van het woord. De tweede stelregel: "Arbeiten, immer arbeiten, los, los!" maakte er een slavenkamp van. Derde stelregel : "De gevangenen zijn minderwaardige hondsvotten, wij zijn het superras. Heil Hitler!" verlaagde de gevangenen tot de rang van redeloze schepsels die dienden behandeld als beesten. Vierde stelregel : "De gevangenen zijn onze vijanden, hoe meer er van kreperen, hoe beter!" stelregel diede S.S. altijd en overal in toepassing brachten.

Naarmate de oorlog voortduurde, en na de inval van de Duitsers in de Sovjet-Unie moest het IIIde Reich beroep doen én kunnen beschikken over al zijn onderhorigen. In alle bezette landen van Europa werden toen de verraders, de désperados, de inheemse medewerkers van het Duits fascisme aan het werk gezet om de Gestapo en S.S. mannen toe te laten hun georganiseerde moordmachines in andere bezette gebieden van het Oosten op te bouwen. Zo gebeurde in België, zo gebeurde het ook in het kamp van Breendonk.

De kampleiding bleef in handen van de Duitse aartsmoordenaars Schmidt en Prauss. Vlaamse S.S. mannen deden hun intrede op het fort einde 1940 en ontpopten zich niet alleen als bekwame leerlingen maar toonden zich hun Duitse meesters waardig.

Naar gelang echter de aangroei van politieke gevangenen, « staatsgevaarlijke elementen » en « terroristen » steeds voortduurde, werd Breendonk het bij uitstek ideale folterkamp van België.

Breendonk stond weldra aan de spits wat betreft de praktijken die er gangbaar waren, en zijn naam was tot ver over onze grenzen berucht en gevreesd. Het volstond slechts den naam « Breendonk » te vernoemen, om de mensen een kille huivering over de rug te jagen. Deze naam werd omzeggens niet luidop uitgesproken, en wanneer sommigen er tóch over praatten, gebeurde dit slechts op fluisterende toon. Eén vijandig woord, één hekeling op de Duitse bezetting, het luisteren naar de Londense radiouitzendingen, één aanwijzing van een slechtevriend, volstonden om te Breendonk geïnterneerd te worden als zijnde een « terrorist of bolsjewist ». Langs die weg verdwenen duizenden onzer beste burgers, om nooit meer weer te keren.

Het fort van Breendonk stond onder het bevel van een majoor, het prototype van de Pruisische Junker, hoogmoedig, verwaand, hard als steen .ontoegankelijk, onverschillig tegenover alle menselijke ellende en lijden, kortom : de verpersoonlijkte ongenadigheid. Daarbij nog heerszuchtig, vrouwenjager, dom en roofdierachtig wreed. Van hem was niets, maar dan ook niets te verwachten; het gevoel zelf een banneling te zijn, maakte hem zodanig onverschillig dat hij het bevel van het fort gans overliet aan zijn vertrouweling, Luitnant Prauss. Deze wreedaard was dan ook de werkelijke meester van het fort en maakte van Breendonk dan ook wat Breendonk geworden is : de grootste moordkuil van België.

Stelt u zich een man voor, zedelijk verworden en misvormd door jarenlange tuchthuisstraf in de Duitse gevangenissen ; een man, een ex-galeiboef die slechts haat kon gevoelen tegenover gans de mensheid, door het gevoel van zijn eigen minderwaardigheid, en de barbaarse onderdrukking waaronder hij zelf ééns geleden had in de Duitse kerkers. Zulk een man werd door de Nazis uit zijn gevangenschap bevrijd en als S.S. opgenomen in de rangen der nationaal-socialistische partij, zoals nog ontelbare andere misdadigers hun plaatsje vonden in de Hitlerhorden. Zulk een man is voor zulke partij als geknipt, en het baantje van leider over een concentratiekamp gaat hem als een handschoen. Das was luitnant der SS. Prauss, en nog ontelbare andere Smidts, ex-galeiboeven, maakten van de concentratiekampen hetgeen ze geworden zijn : centra van onnoemelijk lijden onder de beestachtigste onderdrukking.

Wat Breendonk bijzonder onderscheidde van de andere concentratiekampen hier te lande, was de stelselmatige, geraffineerde uithongering ; het dagelijkse menu bestond er slechts uit: 's morgens één vingerdikke snede van een Duits soldatenbrood, 's middags twee telloren of 3/4 liter soep, 's avonds weer eenzelfde rantsoen brood zooals 's morgens. Soms gebeurde het, gewoonlijk om de tien dagen dat er een weinig margarine of confituur uitgedeeld werd, genoeg om één of tweemaal bij het brood gebruikt te worden. Stelt u voor dat u op zulk rantsoen negen tot tien volle uren per dag uiterst zware arbeid moet verrichten, waarbij slagen en mishandelingen schering en inslag zijn, dan hebt u zoo ongeveer een idee over de Breendonkse uithongeringsmethode. Pakjes werden onregelmatig, soms wel, soms niet toegelaten. Roken was ten strengste verboden. Medische verzorging bestond slechts uit de elementairste geneesmiddelen zooals aspirine, jodium, vaseline. Ziek zijn stond gelijk met lijntrekkerij en werd ten strengste gestraft. De infirmerie bood slechts plaats voor enkele zieken, daar waar honderden gevallen van de ergste verwording en ondermijning de grondslag legden voor de meest uiteenlopende en slopendste ziekten. Het minste vergrijp tegen het tuchtreglement, de minste verzwakking in den dagelijksen slavenarbeid werd onmeedogend bestraft met het énige Breendonkse middel: « Schlagen » !

In Breendonk ook bestonden de tuchtcellen. Hier kwamen de agenten van de Gestapo, S.D., of G.F.P. hun slachtoffers « ondervragen » om hun zogezegde medeplichtigen te verraden. Bij deze onderhoren vierde hun ongenadige beulenpsychologie hoogtij, en werden de meest uiteenlopende pijnigingen, die slechts uit een waanzinnig-sadistische moraal kunnen voortspruiten, toegepast: van de geseling op het naakte lichaam tot de verbranding en verplettering van ledematen toe, van de electrische pijniging tot het uittrekken van nagels en tanden, van de uithongering tot de bevriezingsproef, van het gefingeerde verdrinken tot het ophangen aan de ellebogen, eindelijk van het fusilieren tot het ophangen door de strop.

p07.jpg (144577 bytes)

dillen.jpg (43353 bytes)

Raskin - Fraiteur - Berthulot - Brussel.
Drie partisanen die te Brussel de verrader COLLIN neerkogelden werden naar Breendonk gesleept en aldaar gemarteld en opgehangen.

Dillen René - Antwerpen
die in September 1940 als eerste gevangene op 't fort van Breendonk toekwam. Tot 4 maal toe werd hij geruwelijk mishandeld in de bunker door de gestapo. Werd later vervoerd naar Neuengamme alwaar hij vermoord werd.

Cellen waren er op ingericht, waar twee gevangenen tegenover elkander aan de muur in ketens geklonken, slechts eten konden uit één en dezelfde kom, in het midden geplaatst, en dit door zich op de knieën met gestrekte halzen, als beesten naar het voedsel uit te rekken. Andere cellen lieten slechts plaats om dagen en nachten in het volledigste donker, rechtstaande te vertoeven tot de algehele uitputting en verbeesting, tot de waanzin. De doodstraf werd er in sommige gevallen voltrokken door de kogel, in andere gevallen door de strop, zoals dit voorkwam bij Arnaud Fraiteur die Colin neerkogelde te Brussel en Berthulot en Raskin die hem daarbij hielpen.Enkelen keerden levend uit deze hel terug, en van deze enkelen stierven er nog een goed percentage na hun terugkeer. Velen verlieten Breendonk in een eenvoudige kist van vier planken genageld om begraven te worden pp een kerkhof in de omgeving van Antwerpen, denkelijk te Maria-ter-Heide. Ontelbare anderen vertrokken van het fort naar de Duitsche concentratiekampen, en waarschijnlijk zullen nog slechts weinigen daarvan wederkeren.

Bij het lezen van de volgende hoofdstukken zullen sommige lezers zich misschien de vraag stellen of de schrijver niet wat overdrijft en zijn fantasie te veel heeft laten werken. Die vraag klinkt logisch voor diegenen die het geluk hadden nooit opgesloten te zijn in het fort van Breendonk, maar de schrijver kan zich gerust beroepen op de nog levende getuigen die er met, vóór, of na hem verbleven hebben. Slechts hij die er vertoefde, kan een juist oordeel vellen over de eerder gematigde termen waarin hij tracht een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld op te hangen van deze hel.

De schrijver heeft getracht het gemeenschappelijke leven en lijden in het beruchte fort zódanig voor te stellen dat er geen enkele figuur uitsteekt boven de andere ; niemand komt er speciaal op de voorgrond, niemand blijft er speciaal op de achtergrond ; de lijdensweg van elk individu lost zich op in het naamloze collectieve massalijden van al de ex-gevangenen van Breendonk, zo levenden als doden...

Mocht ieder, die deze bladzijden leest, bij het omslaan van het laatste blad, zich voornemen de laatste resten van het fascisme medehelpen uit te roeien en zich inspannen tot het vormen van een soliede democratische samenleving waarin geen plaats meer is noch voor oorlog, noch voor geweld, noch voor het is gelijk welke vorm van onderdrukking en uitbuiting, dan heeft de schrijver zijn doel bereikt.

NEDERLANDS FAMILIEALBUM 1975 159 BLZ.